Ga naar hoofdinhoud

Voorrangsregels uitgelegd: rechts voor links, voorrangswegen en rotondes

30 mei 2026 mijnonlinetheorie

De rechts-voor-linksregel: de basis

Op kruispunten zonder borden of markeringen geldt de rechts-voor-linksregel. Dit betekent dat een bestuurder die van rechts komt voorrang heeft op jou. Je bent verplicht te wachten totdat die bestuurder veilig is overgestoken of afgeslagen.

De regel geldt voor alle bestuurders op het kruispunt: auto’s, motoren, fietsers en bromfietsers. Het maakt niet uit of jij een bredere weg rijdt — zonder borden bepaalt de richting van aankomst wie voorrang heeft.

Let op: ook bij eenrichtingswegen kan de rechts-voor-linksregel gelden. Komt verkeer van rechts uit een eenrichtingsweg in de toegestane rijrichting, dan moet je dit verkeer voor laten gaan — tenzij borden of markeringen anders aangeven. Op een T-kruispunt bepaalt niet de vorm van de weg wie voorrang heeft. Kijk altijd naar verkeersborden, haaientanden, uitritconstructies en de algemene voorrangsregels.

Voorrangswegen en voorrangsborden (B01–B06)

Sommige wegen zijn aangewezen als voorrangsweg. Op een voorrangsweg heb je in principe voorrang op bestuurders die de weg kruisen of oprijden, tenzij verkeerslichten, verkeersregelaars of andere verkeersregels anders bepalen.

  • B01 — Voorrangsweg — Gele ruit met witte rand. Je rijdt op een voorrangsweg en hebt voorrang op kruisend en oprijdend verkeer.
  • B02 — Einde voorrangsweg — Gele ruit met zwarte diagonale streep. De voorrangsweg eindigt; daarna gelden de normale voorrangsregels.
  • B03 — Verleen voorrang — Omgekeerde witte driehoek met rode rand. Je moet bestuurders op de kruisende weg voor laten gaan.
  • B04 — Stop en verleen voorrang — Rode achthoek met STOP. Je moet volledig stoppen vóór de stopstreep en daarna voorrang verlenen.

Naast borden wordt de voorrangssituatie ook op de rijbaan aangegeven met haaientanden: witte driehoeken met de punt naar jou gericht. Zodra je die ziet, moet je voorrang verlenen aan kruisend verkeer.

Voorrang op de rotonde

Op een rotonde in Nederland heeft het verkeer dat al op de rotonde rijdt doorgaans voorrang op bestuurders die de rotonde willen oprijden. Dit wordt aangegeven met haaientanden of bord B03/B06 bij de inrit van de rotonde.

Bestuurders die de rotonde oprijden moeten voorrang verlenen aan verkeer op de rotonde. Wel moet je bij het verlaten van de rotonde op voetgangers en fietsers letten die het fietspad of zebrapad kruisen.

Uitzondering: op sommige oudere of buitenlandse rotondes geldt rechts-voor-links. In Nederland is dit uitzonderlijk, maar de borden zijn altijd leidend.

Fietsers en voetgangers: wanneer hebben zij voorrang?

Fietsers en voetgangers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers, maar zij hebben niet automatisch altijd voorrang. De regels zijn:

  • Uitrit verlaten: Verlaat je een parkeerterrein, erf of garage? Dan moeten fietsers én voetgangers altijd voor laten gaan.
  • Kruispunt: Op een normaal kruispunt geldt rechts-voor-links ook voor fietsers. Een fietser van rechts heeft voorrang op jou.
  • Voetgangersoversteekplaats (zebra): Voetgangers die oversteken of duidelijk willen oversteken moet je voor laten gaan.
  • Fietsers die afslaan: Een fietser die rechtdoor gaat heeft voorrang op een auto die rechtsaf slaat en daarbij het fietspad moet kruisen.

Uitzonderingen: nooddiensten en trams

Voorrangsvoertuigen zoals ambulance, brandweer en politie hebben voorrang wanneer zij zowel blauw zwaailicht als een tweetonige sirene voeren. Maak veilig ruimte zodat zij kunnen passeren.

Trams hebben vaak een bijzondere positie in het verkeer. Verkeerslichten, borden en de situatie ter plaatse blijven leidend. Houd extra rekening met trams omdat zij niet kunnen uitwijken.

Veelgestelde vragen over voorrangsregels

Geldt rechts-voor-links ook op een voorrangsweg?

Nee. Op een voorrangsweg heb jij altijd voorrang op bestuurders die de voorrangsweg oprijden of kruisen. Rechts-voor-links geldt alleen op wegen van gelijk niveau, zonder bijzondere voorrangsborden.

Wie heeft voorrang op een rotonde?

Op de rotonde zelf heb je als rijdende bestuurder voorrang op degenen die de rotonde willen oprijden. Vlak voor de ingang staan haaientanden (of bord B06), wat aangeeft dat jij als oprijdende bestuurder voorrang moet verlenen aan verkeer dat al op de rotonde rijdt.

Moeten fietsers altijd voorrang krijgen?

Niet altijd. Fietsers op het fietspad krijgen voorrang van bestuurders die een uitrit verlaten of een parkeerterrein oprijden. Op kruispunten gelden de normale voorrangsregels: rechts-voor-links of de voorrangsborden.

Moet ik een ambulance altijd voorrang geven?

Ja. Bestuurders van nooddiensten met optische en geluidssignalen hebben altijd voorrang, ongeacht de situatie. Je bent verplicht zo ver mogelijk opzij te gaan om doorgang te verlenen.

Wat zijn haaientanden precies?

Haaientanden zijn witte driehoeken op het wegdek, met de punt gericht naar jou als naderende bestuurder. Ze markeren de grens waarop jij voorrang moet verlenen. Je vindt ze voor rotondes, kruispunten met een secundaire weg en bij sommige oversteken.