Gevarenborden: driehoek met rode rand
Gevarenborden zijn driehoekig van vorm met een rode rand en een witte achtergrond. Ze waarschuwen je voor een gevaar dat je binnenkort kunt tegenkomen. Ze schrijven je niets voor, maar vragen wel om extra alertheid.
Gevarenborden staan in Nederland doorgaans 150–200 meter voor het gevaar. Veelvoorkomende gevarenborden:


- J02 / J03 — Gevaarlijke bocht — Gevaarlijke bocht naar links (J02) of rechts (J03). Pas je snelheid aan voor de bocht.
- J09 — Gevaarlijke daling — Steile helling omlaag. Houd extra afstand en pas je versnelling aan.
- J21 — Kinderen — Let op, er kunnen onverwacht kinderen oversteken of spelen bij een school of speelplaats.
- J20 — Losliggend grind — Gevaar voor slippen door grind op de rijbaan. Verminder je snelheid.
- J37 — Overweg zonder slagbomen — Extra opletten bij een onbeveiligde spoorwegovergang.
Op het CBR-examen worden gevarenborden getoetst in combinatie met situatievragen. Het juiste antwoord is bijna altijd: snelheid aanpassen en verhoogde aandacht.
Voorrangsborden: wie heeft voorrang?
Voorrangsborden (B-borden) regelen wie voorrang heeft op kruispunten en wegen. Ze zijn cruciaal voor het CBR-examen en komen in elke toets voor.



- B1 — Voorrangsweg — Je rijdt op een voorrangsweg. Je hebt voorrang op al het verkeer dat deze weg kruist of inrijdt. Herkenbaar aan een gele ruit met witte rand.
- B2 — Einde voorrangsweg — De voorrangsweg eindigt hier. Vanaf dit punt gelden de gewone voorrangsregels weer.
- B3 — Voorrangskruispunt — Geeft aan dat je op het kruispunt voorrang hebt. Staat vlak voor de kruising.
- B6 — Verleen voorrang — Driehoekig bord met rode rand en punt naar beneden. Je moet voorrang verlenen aan verkeer op de kruisende weg.
- B7 — STOP: verleen voorrang — Je moet volledig stoppen voor de stopstreep en daarna voorrang verlenen. Stoppen is verplicht, ook als er geen verkeer is.
Verschil B6 en B7: bij B6 hoef je alleen te stoppen als dat nodig is om voorrang te verlenen. Bij B7 moet je altijd volledig stoppen, ongeacht of er verkeer nadert.
Verbodsborden: rood rond, witte achtergrond
Verbodsborden zijn rond met een rode rand op witte achtergrond. Ze verbieden een specifieke handeling op of nabij dat weggedeelte.



- C1 — Verboden toegang — Verboden voor alle voertuigen in beide rijrichtingen.
- C2 — Inhaalverbod — Verboden in te halen voor motorvoertuigen onderling. Geldt niet voor fietsers of bromfietsers.
- C3 — Inhaalverbod vrachtwagens — Vrachtwagens mogen geen personenauto’s en motorfietsen inhalen.
- A1 — Maximumsnelheid — De aangegeven snelheid is de maximaal toegestane snelheid op dit wegvak.
- E1 — Parkeerverbod — Verboden te parkeren op dit weggedeelte. Kort stilstaan om in- of uit te stappen mag.
- E2 — Verboden stil te staan — Strenger dan een parkeerverbod: je mag hier helemaal niet stoppen.
Gebodsborden: blauw rond
Gebodsborden zijn rond met een blauwe achtergrond en witte afbeelding. Ze schrijven voor wat je wél moet doen. Je bent verplicht de aanwijzing op te volgen.



- D1 — Verplichte rijrichting op rotonde — Volg de aangegeven rijrichting op de rotonde.
- D2 — Verplicht rechtsaf — Je moet rechtsaf. Rechtdoor of linksaf rijden is niet toegestaan.
- D3 — Verplicht linksaf — Je moet linksaf. Rechtdoor of rechtsaf is niet toegestaan.
- D4 — Verplicht rechtdoor — Je moet rechtdoor. Afslaan is niet toegestaan op dit punt.
- D6 — Verplicht rechtdoor of linksaf — Je mag alleen rechtdoor of linksaf. Rechtsaf is niet toegestaan.
- D14 — Minimumsnelheid — Je moet minimaal de aangegeven snelheid rijden.
Gebodsborden staan altijd op de plek waar het gebod van kracht is. Blauw rond = iets moet je doen.
Informatieborden en onderborden
Informatieborden zijn vierkant of rechthoekig en hebben een blauwe of groene achtergrond. Bijzondere informatieborden die op het examen voorkomen:




- G1 — Autosnelweg begint — Bijzondere verkeersregels voor autosnelwegen gelden vanaf dit punt.
- G2 — Autosnelweg eindigt — Verderop gelden de gewone verkeersregels weer.
- G3 — Autoweg begint — Geen langzaam verkeer toegestaan.
- H1 / H2 — Begin en einde bebouwde kom — H1 markeert het begin, H2 het einde van de bebouwde kom.
Onderborden staan onder het hoofdbord en geven extra informatie: een tijdstip, een dag, een rijrichting of een categorie voertuigen.
Veelgestelde vragen over verkeersborden
Wat is het verschil tussen een verbodsbord en een gebodsbord?
Verbodsborden zijn ronde borden met een rode rand op witte achtergrond — ze verbieden iets. Gebodsborden zijn ronde borden met een blauwe achtergrond en witte afbeelding — ze schrijven voor wat je moet doen.
Wat is het verschil tussen B6 en B7?
Bij B6 (driehoek met punt naar beneden) moet je voorrang verlenen, maar hoef je alleen te stoppen als dat nodig is. Bij B7 (STOP-bord) moet je altijd volledig stoppen voor de stopstreep, ook als er geen verkeer aankomt.
Wat betekent een driehoekig bord met rode rand?
Driehoekige borden met rode rand zijn gevarenborden. Ze waarschuwen voor een gevaarlijke situatie verderop. Ze verplichten je niets, maar vragen wel om verhoogde aandacht.
Hoelang is een verkeersbord geldig?
Hoe lang een verkeersbord geldt, hangt af van het type bord, eventuele onderborden en de verkeerssituatie. Snelheidslimieten eindigen vaak door een nieuw snelheidsbord of een opheffingsbord.
Wat vertelt een onderbord?
Een onderbord staat onder het hoofdbord en geeft aanvullende informatie: een tijdstip, een dag, een rijrichting of een categorie voertuigen.
Zijn blauwe vierkante borden altijd informatief?
Meestal wel. Maar blauwe ronde borden zijn gebodsborden — de vorm maakt het verschil.
